In het kort
- Alex Pastoor (60) is de nieuwe trainer van PEC. Hij promoveerde drie keer naar de Eredivisie, met Excelsior, Sparta en Almere City.
- Twee keer nam hij een promovendus mee de Eredivisie in. Twee keer bleef die ploeg erin. Dat is precies de opdracht in Zwolle.
- Zijn ploegen zetten meer druk dan PEC nu, spelen direct en hoeven de bal niet te hebben. Dat sluit aan bij hoe PEC onder het interim-duo zijn punten haalde.
- Hij geeft jonge spelers minuten. Bij zijn ploegen speelden spelers van 21 of jonger 16 tot 49 procent van de minuten. Bij PEC is dat dit seizoen 2 tot 10 procent.
Na het nee van René Hake en vijf strepen door de longlist is PEC eruit. Zaterdag presenteerde de club Alex Pastoor als opvolger van Henry van der Vegt. Hij stond bovenaan onze lijst. Wat voor trainer krijgt PEC? En past hij bij een ploeg die onder het interim-duo net zijn vorm vond?
Drie keer omhoog, twee keer gebleven
Pastoor kent de stap naar boven. Hij kent ook het seizoen dat daarna komt. Met Excelsior werd hij in 2009/10 derde in de Eerste Divisie en promoveerde hij. Met Sparta werd hij in 2015/16 kampioen, met 2,19 punten per duel. Met Almere City werd hij in 2022/23 derde en bracht hij de club voor het eerst in de Eredivisie. Over 148 duels in de Eerste Divisie haalde hij 1,80 punt per wedstrijd.
In de Eredivisie werkte hij vooral met ploegen die net omhoog kwamen of onderin stonden. Daar is handhaving de maatstaf. Die haalde hij. Sparta werd in 2016/17 vijftiende, Almere City in 2023/24 dertiende, in het eerste Eredivisieseizoen uit de clubgeschiedenis. Met NEC werd hij in 2011/12 achtste. Over 189 Eredivisieduels komt hij op 1,04 punt per wedstrijd. Dat ligt hoger dan wat PEC tot de trainerswissel haalde.
Twee periodes eindigden eerder dan gepland: bij NEC in augustus 2013, bij Sparta in december 2017.
Ter vergelijking: PEC haalde dit seizoen 0,50 punt per duel onder Henry van der Vegt en 2,00 onder Dennis van der Ree en Maikel van der Werff.
Jagen en de bal snel naar voren
De cijfers van zijn Eredivisieseizoenen bij Sparta en Almere laten een duidelijk beeld zien. Zijn ploegen hadden weinig de bal, tussen 44 en 47 procent. Ze speelden weinig passes en haalden in alle drie de seizoenen de laagste passnauwkeurigheid van de Eredivisie: 71 procent bij Sparta, 67 procent bij Almere. De bal ging snel en vaak lang naar voren. Lange ballen kwamen daarbij slecht aan, met een plek tussen de vijftiende en de achttiende.
Zonder bal waren ze juist actief. Op de maat voor druk zetten, het aantal passes van de tegenstander per verdedigende actie, zaten zijn ploegen rond de tien. PEC zat onder Van der Vegt op 12,7 en onder het interim-duo op 14,4. Hoe lager het getal, hoe meer druk. Pastoor laat zijn ploeg dus eerder en vaker ingrijpen.
Dat leverde een stevige ploeg op. Zijn ploegen kregen veertien à vijftien schoten per duel tegen, in de middenmoot van de competitie. PEC kreeg er dit seizoen meer tegen, onder Van der Vegt bijna twintig per duel. Aanvallend waren zijn ploegen minder productief. In schoten vanuit de zestien eindigden ze tussen de veertiende en de zestiende plaats.
De formatie lag niet vast. Bij Sparta speelde hij vrijwel altijd 4-3-3, bij Almere meestal met vijf verdedigers in een 5-3-2.
Wat dat voor deze selectie betekent
Op het belangrijkste punt past het. PEC speelt onder het interim-duo al beter zonder dan met de bal. Tegen ADO had het 34 procent balbezit en schoot het 24 keer. Tegen Willem II en TOP Oss, waar PEC de bal had, kwam het niet verder dan voorzetten die werden weggekopt. Een trainer die niet uitgaat van balbezit, sluit daarop aan.
Daar komt bij dat PEC onder Van der Ree en Van der Werff aanvallend al meer laat zien dan zijn ploegen deden: 16,5 schoten per duel en 10,5 keer in de zestien. Pastoor krijgt een selectie die dat deel al in zich heeft. Zijn opdracht is het te combineren met de druk en de organisatie die zijn ploegen kenmerken.
Waar hij werk aan heeft, zijn de hoekschoppen. Bij Sparta en Almere viel ruim een op de vijf tegendoelpunten kort na een hoekschop van de tegenstander. Dat is ook bij PEC een terugkerend punt.
Ruimte voor jeugd
Het grootste verschil met PEC nu zit in wie er speelt. Bij Excelsior kreeg de helft van de minuten een speler van 21 of jonger. Bij Sparta was dat in 2016/17 ruim een derde, bij Almere bijna een vijfde. Bij PEC was het onder Van der Vegt 2 procent en onder het interim-duo 10 procent. Een speler als Gilles van der Wal (18), die deze week met Oranje Onder 19 op pad gaat, kan daarvan profiteren.
Een bekende in de kleedkamer
Eén speler kent hem goed. Sherel Floranus speelde onder Pastoor bij Sparta ruim 4.000 competitieminuten en bij Almere nog eens 2.500. Floranus raakte in de derby tegen Go Ahead Eagles geblesseerd.
Tegen PEC heeft Pastoor een wisselend verleden. In twaalf competitieduels won zijn ploeg vier keer, speelde ze twee keer gelijk en verloor ze zes keer. Zijn laatste duel tegen PEC won hij: in februari 2024 won Almere met 0-1 in Zwolle.
Wat er blijft
Pastoor neemt het over van een interim-duo dat in vier competitieduels acht punten haalde. Volgens De Stentor kon een nieuwe trainer daardoor moeilijk zijn eigen assistent meenemen.
Zijn eerste wedstrijd is na de interlandperiode, op 21 november bij Telstar. Daarna volgen AZ, Fortuna Sittard, Excelsior en PSV. Hoe de zoektocht naar hem verliep, staat in ons eerdere stuk.
Bronnen: Sportmonks (eigen afname), De Swollenaer, De Stentor via FCUpdate, Vak Blauw-archief
Elke vrijdag het beste van Vak Blauw in je mail
Eén mail per week, de sterkste stukken en het programma. Afmelden kan altijd.








